Strategie 3: Je leren richten op anderen


Twee jonge vissen komen een oudere vis tegen. Die vraagt: ‘Goedemorgen jongens, hoe bevalt het water?’ De twee vissen zwemmen een stukje verder, totdat de ene vis de andere aankijkt en vraagt: ‘Wat is water?’

Zo begint schrijver David Foster Wallace in 2005 ‘This is Water’, zijn beroemde toespraak tijdens een Amerikaanse afstudeerceremonie. Zijn punt: net als die vissen niet doorhebben dat ze in water zwemmen, zijn wij ons niet bewust van dat wat ons omringt. Er zijn vanzelfsprekendheden waar we amper over spreken.

Zoals deze: iedereen ziet zichzelf als het centrum van het universum. Ga maar na, zegt hij, heb je ooit ervaren dat je jezelf niet als middelpunt zag?

Je kunt die individualistische bubbel nooit echt doorprikken. Je kunt je er wel bewust van zijn en dagelijks naar buiten proberen te kijken. Bijvoorbeeld door jezelf te dwingen je in te leven in anderen. Dat kun je doen door verhalen voor ze te verzinnen.

Wallace vertelt de afgestudeerden dat ze binnenkort kennismaken met de grote, saaie wereld buiten de universiteit. Hij schetst hoe frustrerend het leven kan zijn als je na een zware werkdag nog naar de supermarkt moet voor je boodschappen.

Je stoort je aan het verkeer, aan de mensen die treuzelen bij de koeling, aan de lege schappen, aan dat er geen personeel is om je te helpen. En als je dan eindelijk bij de kassa bent, houdt een gezette vrouw de rij op omdat ze haar driejarige kind staat uit te foeteren.

Probeer op dat moment je egocentrische automatische piloot eens uit te zetten, aldus Wallace, en bedenk dat die schreeuwende vrouw zich misschien niet altijd zo gedraagt.

Misschien heeft ze al drie nachten niet geslapen omdat ze bij het ziekbed van haar man waakt?

Wallace vertelt dat afstudeertoespraken vaak gaan over hoe je succesvol kunt zijn in het leven, ‘hoe je kunt winnen, presteren en dat succes aan de wereld toont’. Volgens hem is dat een heilloos doel, want je zult nooit genoeg hebben.

Hij raadt studenten aan een ander leven na te streven. ‘Het type waarbij je echt om anderen geeft en je je voor hen opoffert, op allemaal kleine onsexy manieren, elke dag weer.’ Dat ziet hij als een pad naar vrijheid, een alternatief voor de ‘rat race’ en de constante gevoelens van verlies die daarbij horen.

En het klopt wat Wallace zegt. We worden gelukkig van andere mensen helpen. Mensen die een week lang dagelijks een paar keer vijf tot vijftien minuten lang anderen hielpen, waren een halfjaar later gelukkiger dan een groep mensen die dat niet hoefden te doen.

Drie gelukswetenschappers vroegen aan een representatieve groep Amerikanen hoe gelukkig ze zijn en hoeveel geld ze per maand uitgeven aan:

1) rekeningen en vaste lasten;

2) cadeautjes voor henzelf;

3) cadeautjes voor anderen en

4) donaties aan goede doelen.

De mensen die meer aan post drie en vier besteedden, waren gelukkiger dan de mensen die geld vooral aan zichzelf uitgaven. Ongeacht hun inkomen. Dat komt doordat die uitgaven ons beeld over sociale relaties positief beïnvloeden en die relaties daardoor versterken.

We worden niet alleen gelukkig van sociaal gedrag, we verbeteren ook de wereld om ons heen. We leven dan niet meer in een ieder-voor-zich-maatschappij, maar in een samenleving van mededogen. In Vrede kun je leren vertellen Van Reybrouck en D’Ansembourg hoe we onszelf kunnen trainen in compassie.

Bijvoorbeeld door ons te verdiepen in geweldloze communicatie, zodat we beter leren luisteren naar wat anderen echt bedoelen en willen. Of door te mediteren. Eerder vertelde ik al hoe je daar van uitrust, maar regelmatig mediteren maakt ons ook empathischer en milder.

Van Reybrouck en D’Ansembourg zien persoonlijke vrede als een voorwaarde voor een vreedzame samenleving. Ze pleiten er daarom voor dat we onszelf en onze kinderen leren meer compassie te hebben.

Door onszelf aan ‘het water’ te herinneren, werken we aan een vreedzamere samenleving én vinden we voldoening in het helpen van anderen.